Meditatie

EN WORDEN OM NIET GERECHTVAARDIGD

Want zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods; en worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is.
Rom. 3:23 en 24

In de Bijbel wordt meer dan eens verschil gemaakt tussen mensen. We lezen van mensen die God dienen en die Hem niet dienen, meesters en knechten, armen en rijken, Joden en heidenen. Echter, in één opzicht is er tussen al die verschillende mensen géén verschil. Van God uit gezien hebben allen gezondigd. Er is niemand die goed doet en goed is, tot niet één toe. Dát schrijft de apostel Paulus, die zelf een Jood was, aan heidenen. Over die heidenen schreef de apostel niet veel goeds. Paulus heeft gezegd dat zij God niet kennen. Ze weten Zijn Wet niet. Maar desondanks voelt Paulus zich niet boven hen verheven. Integendeel! Hoor maar wat hij zegt: Zijn wij uitnemender? Zijn wij beter? Ganselijk niet! Want zowel Joden als heidenen liggen samen onder de macht der zonde. En dan gaat hij vervolgens het geestelijke portret uitschilderen, dat alle mensen gemeen hebben: Niemand is er rechtvaardig, niemand is er verstandig, niemand is er die God zoekt. Kortom, er is geen onderscheid, zegt Paulus, want zij hebben allen gezondigd.
Als het ontdekkende licht van Gods Geest in ons leven komt, dan worden die woorden de belijdenis van uw hart. Dan roept u het uit: ‘O God, dat ik zo verdorven ben, dat is míjn schuld. Ik heb gedaan wat kwaad is in Uw oog. Ik heb gezondigd. Ik beantwoord niet meer aan het door U gestelde doel.’
Ook het vervolg van wat Paulus schrijft, wordt dan bij inleving de smartvolle ervaring van ons hart: En derven de heerlijkheid Gods. Van die heerlijkheid had de Heere in de schepping iets op de mens gelegd. Maar door de zonde zijn we die heerlijkheid kwijt geraakt. Die derven, dat wil zeggen, die missen wij. Deze woorden wijzen er tevens op, dat wij de roem missen bij God. We kunnen ons bij de Heere nergens op beroemen. Niet op onze woorden, niet op onze daden. En ook niet op onze goede bedoelingen of voornemens. We missen ten enenmale de roem bij God! Hoe een mens zich er ook voor inspant, we hálen het niet. Wat u ook probeert, het lukt niet om Gode te behagen. Daar is Paulus achter gebracht. Wat had hij geprobeerd om de Heere in eigen kracht te dienen. Maar alles waarmee hij dacht voor de Heere aangenaam te zijn, was door Gods ontdekkende genade schade en drek voor hem geworden.
Wie moet er niet denken aan Maarten Luther. Hij mistte de ware vrede met God in zijn hart. De Naam van Christus, die hem alleen die vrede kon schenken, was lange tijd een grote verborgenheid voor hem. Hoe hij ook worstelde en streed om vrede te vinden door bidden en vasten, biechten en werken, het lukte hem niet. Zijn geweten bleef hem aanklagen. Luther zegt zelf: ´Van kindsheid af kon ik niet anders dan verbleken en schrikken als ik de Naam van Christus ook maar hoorde noemen; want men had mij niet anders geleerd, dan dat ik Hem voor een strenge en toornige Rechter houden moest.’ Gods gerechtigheid was voor hem een eisende gerechtigheid, een dodende gerechtigheid. Maar o wonder, het behaagde God zijn ogen te openen voor dat heerlijke woord, dat de rechtvaardigheid Gods in het Evangelie wordt geopenbaard, uit geloof, tot geloof.

Hoe heerlijk schitteren in Romeinen 3 dezelfde Evangeliewoorden: En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is.
Gerechtvaardigd, dat wil zeggen: Rechtvaardig te worden verklaard. De zondaar die eerst voor het gericht Gods werd gedaagd en naar recht veroordeeld zou moeten worden, wordt vrijgesproken. Hoe dat kan? Iemand met zoveel zonden, met een hemelhoge schuld, iemand, die nooit anders dan alleen maar kwaad heeft gedaan. Hoe kan de hoogste Rechter tegen zoeen zeggen: Ik zie geen zonde en geen overtreding in hem? Wordt hier het recht van God geen geweld aangedaan? Is het dan niet waar wat Gods Woord zegt: De ziel die zondigt, zal sterven?
Luister! Het wonder wordt verklaard in de tekst. Om niet, zo staat er. Die woorden geven aan dat er in de mens zelf geen reden is om zalig te worden. Om niet, dat is: gratis! Het kon ook niet anders. De beklaagde had immers niets, dan alleen schuld. En kon dus ook niets betalen. Hebt u zo voor God gestaan? En werd het wonder van de rechtvaardiging voor u ontsloten toen Gods Geest u betrok in het gericht van God als een arme en hulpeloze in uzelf? Daar zegt er één: Toen het van mijn kant nooit meer kon, toen kwam het van Gods kant! En ik kan het maar niet op, dat niet een goede, niet een beste, niet een gelovige, maar een goddeloze helwaardige zondaar wordt gerechtvaardigd.
Lezer(es), hier hebt u de reden dat u voor Gods genade nooit te slecht kunt zijn. Wel te goed! Wat zijn die woorden ‘om niet’ moeilijk te aanvaarden voor een mens die nog iets meent te zijn of te hebben. Want het breekt alles van ons af. Maar het is een rijk evangeliewoord voor bedelarme zondaren. De prijs die voor dit ‘om niet’ betaald is, is echter wel hoog. Het heeft alles gekost. Hoor maar: uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is. Hier wordt de enige Naam genoemd, door Welke een zondaarsvolk zalig wordt. Er is voor hun schuld betaald. Nee, niet met geld. Maar met bloed. Wetende dat gij niet door zilver of goud verlost zijt, maar door het dierbare bloed van het Lam Gods. Christus is tot zonde geworden, heeft de schuld betaald en de vloek gedragen. Zo heeft Hij voor Zijn volk een volkomen verlossing aangebracht.
Weet u daar van? Kunt u het niet ontkennen dat de Heilige Geest de noodzakelijke overtuiging en overbuiging werkte in uw hart? Zodat u het leerde: Niet door de werken. Daardoor wordt geen vlees gerechtvaardigd voor God. Leerde u het: Het is uit genade, door de verlossing die in Christus Jezus is. Dan zult u ook belijden: Wat ik niet had, werd mij geschonken. De rechtvaardigheid, die Christus verworven heeft, werd mij toegerekend. Uit genade, om niet. Toen Luther door alle worstelingen en strijd heen, op dat punt als een uitgewerkte zondaar werd gebracht, riep hij het uit: ‘Heere Jezus, Gij zijt mijn gerechtigheid, ik daarentegen ben Uw zonde.’

Op de plaats waar wij het zo verliezen van de Heere, daar roept u het uit in diepe verwondering: Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft? Ja, Hij behoudt de toorn niet in eeuwigheid, want Hij heeft lust aan goedertierenheid. Christus heeft de verlossing verworven. Zijn Naam klinkt. Hij is de inhoud van het Kruisevangelie. Dat Evangelie is herontdekt door de Reformatie. Het is het heerlijke Evangelie van een rijke Christus voor een arm verloren zondaar. Lezer(es), wanhoop daarom wel aan uzelf. Maar niet aan Hem, om Wiens wil zondaren worden gerechtvaardigd om niet.

Ds. D. Zoet